Een jaar

Ruim een jaar woont mijn moeder nu in Villa de Lawet, een mooi moment voor een terugblik. Een paar dingen die me zijn bijgebleven:
- Mam is snel gewend aan samenleven met andere mensen, wonen in een appartement en wandelen in een onbekende plaats. Ze gaat met de lift alsof ze nooit anders gedaan heeft en weet ook ’s nachts de knop te vinden waarmee ze een medewerker kan bereiken. Een man die haar helpt met douchen, dat vond ze wel ‘komisch’ in het begin.
- Ze doet enthousiast mee aan bijna alle activiteiten maar vergeet dat snel. Daarom hadden mijn broers en ik foto’s van dansen, handwerken, boksen, Rummicup spelen en puzzelen met kleuters op haar kastdeur geplakt. Na een dag waren ze verdwenen. Mam vond zichzelf niet mooi en had ze naar de binnenkant van de deur verplaatst.
- Een keer had ze erge kiespijn en jammerde: “Au, het doet zo zeer, dan ga ik liever dood.” Nadat de tandarts de loszittende kies had getrokken was de pijn weg. Toen ging ze klagen over het grote gat in haar mond. Wekenlang.
- Mam heeft haar hart op de tong. Soms zijn haar uitspraken niet zo tactisch, maar vaak zijn ze positief. Is ze verdrietig en biedt een medewerker haar een luisterend oor of kopje thee, dan bedankt ze daarvoor. Doet iemand iets liefs voor haar, dan zegt ze dat. En buiten knoopt ze gesprekjes aan met voorbijgangers over mooie honden, lange haren en lieve baby’s.
- Ma mère parle français en dat mag iedereen weten. Bij een bingo noemde ze elk getal dat werd opgenoemd in het Frans: 22 – vingt-deux, 51- cinquante-et-un, 8 – huit. Ze zingt uit volle borst mee als ze haar favoriete chanson hoort: Non, je ne regrette rien van Edith Piaf. Nee, ik heb nergens spijt van. Wat een mooi levensmotto.
En hoe het met mij is na dit jaar? Ik voel me meer ontspannen sinds mam in de Villa woont, want ik weet dat ze in goede handen is. En dat op tien minuten fietsen van mijn huis.
Deze column gaat over het leven van mijn moeder in Villa de Lawet en is eerder verschenen in de Lawetkrant.
