Ik help je met je teksten

Geef mij maar chocola

Al zeker vijf jaar had ik ze links laten liggen. Sterker nog, ik had ze eigenlijk niet meer gezien en er nooit meer aan gedacht. Echt lekker waren ze niet, en het weeïge, volle gevoel in mijn buik als ik er toch weer teveel van had gegeten, kon ik wel missen. Tot mijn oog er vorige week op viel. Ze bestonden dus nog, zelfs in grote hoeveelheden. Zakken vol lagen opgestapeld in een mand bij de kassa. De rij was deze keer zo lang dat ik bezweek voor het ‘neem mij weer eens mee’ dat onhoorbaar en aanhoudend in mijn oren klonk. Vooruit, na zoveel tijd kon ik toch wel weer een poging wagen?

Thuisgekomen haal ik het krakende zakje uit mijn tas en bestudeer de inhoud. De aanblik ziet er vertrouwd uit. Vooruit, even proeven dan. Eerst mijn favoriet, de knalroze kokosrol met drop in het midden. Aan de zoete kant, maar wel lekker. Daarna zo’n dikke zwart-wit gestreepte kubus met vijf laagjes, die je zo heerlijk los kunt peuteren om ze vervolgens een voor een in je mond laten verdwijnen. Ik geniet meer van die handeling dan van de smaak. Na die vijf laagjes zijn exemplaren met drie laagjes maar een slap aftreksel, ook al zit er dan een kleurtje bij. De gespikkelde anijsrondjes waren al nooit mijn favoriet, en ook nu vraag ik me weer af wat deze totaal afwijkende soort te zoeken heeft in de melange. Blijven over de dropstaafjes met en zonder vulling. De eerste vind ik te zoet, en de tweede blijft wat het altijd was: een mislukt dropje zonder kraak of smaak. Ik sluit de hernieuwde kennismaking af met mijn favoriete kokosrol, maar nu in het geel. Voorlopig heb ik weer genoeg Engels drop geproefd. Geef mij maar chocola.

Deze column heb ik in maart 2010 geschreven voor het Vrouwennetwerk Wageningse Ingenieurs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *